Het herstel is niet alleen psychisch gezien een hele kluif, maar ook lichamelijk had ik het soms zwaar te verduren. Ik had mijn lichaam te kort te gedaan en dat is nog mild omschreven. Tegen beter weten in, hoopte ik dat alles voorspoedig zou verlopen. Dat mijn lijf echt pijn deed in de eerste weken, was ontzettend zwaar. Eveneens dat ik hierdoor beperkt werd in wat ik graag wilde doen. Ik zal nooit meer vergeten, dat ik na twee weken vol verlangen uitkeek om weer te gaan dansen. Met de diëtiste had ik besproken, wat ik bij moest eten ter compensatie van de balletles. Wat voelde ik me verdrietig, dat mijn lijf me in de steek liet.
Ik had te veel pijn, om te dansen. Huilend heb ik mijn moeder gebeld; ik deed zo mijn best en nu werd ik voor mijn gevoel gestraft. Ik wist even niet waarom ik het gevecht was aangegaan. De ‘beloofde’ resultaten bleven uit en ik baalde als een stekker. Opgeven was echter geen optie, maar vanzelfsprekend is het niet. Want het is zo verleidelijk geweest om terug te gaan, naar al dat wat vertrouwd en ‘veilig’ aanvoelde. Ik zou liegen als ik zou zeggen, dat die verleiding niet nog steeds op de loer ligt. In het begin vond ik de vraag die ze bij Novarum stelde bloedirritant; is dit eetstoornis in of uit. Tot ik me bewust werd van de betekenis van deze vraag. Eetstoornis uit, zou me iedere keer steeds iets dichterbij de vrijheid brengen waar ik zo naar verlangde. Er is maar één iemand die de anorexia uit mijn leven kan ‘schoppen’ en dat ben ik zelf.
Maar ja, dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Want nog steeds kan ik bij de warme maaltijd denken, hoe dan? Hoe ga ik het in vredesnaam voor elkaar krijgen, om deze hoeveelheid naar binnen te harken. Eén tip, blijf niet tegen jezelf dat het te veel is, niet lekker enz. Dat er geen Jamie Oliver en Sergio Herman gerechten werden geserveerd was op een gegeven moment oud nieuws. Ondertussen heeft er zich een heel arsenaal aan scheldwoorden in mijn hoofd ontwikkelt, waarbij ik het niet altijd kan laten om ‘ordinair’ iets te zeggen wat niet de schoonheidsprijs verdient. Ik moet eerlijk zeggen, dat het oplucht om soms de frustratie eruit te vloeken! Weet je soms, mag je jezelf ook gewoon eens k*t voelen.
Wanneer ik weer eens een pleuris stemming had, heeft het altijd geholpen (en nog steeds) om iets leuks voor mezelf in te plannen of samen met iemand iets leuks te ondernemen. Op die manier, haalde ik mezelf met de nodige steun uit een negatieve spiraal. Wat mij nog steeds helpt, is om uit te spreken wat er in mijn hoofd rondspookt. De deur van het socio kantoor staat altijd open en wanneer die dicht is, kan je altijd aankloppen. Klinkt heel aantrekkelijk, maar toch loop ik vaak voorbij, kijk even het kantoor in, overweeg om wel of niet naar binnen te gaan, loop verder, kies eieren voor mijn geld en ga uiteindelijk toch een gesprek aan. Dit is een zeer vermoeiend patroon, maar ik heb hier schijnbaar een hard hoofd in. Wat stom is, want die gesprekken zijn zo fijn en een echte aanrader!
Wat ook echt een aanrader is; probeer zo open en eerlijk mogelijk te zijn naar je omgeving toe. Nu besef ik me heel goed, dat ik waarschijnlijk iets kan opsteken van mijn eigen advies. Het liefst onderneem ik alles op eigen houtje, mijn omgeving zie ik dan wel aan het eind van de rit. Anders omschreven, ik zou het liefste iedereen op de hoogte stellen wanneer alles weer oké is. Maar mijn omgeving kan niet aan mijn ‘eetstoornis gekkigheden’ ontkomen. Voor mijn gevoel deel ik veel meer met mijn familie en vrienden dan voorheen. Maar ik blijf het lastig vinden, om mijn eetstoornisgedachten met mijn omgeving te delen. Hoe leg je dit uit; Stress wanneer je bent aangekomen, spanning omdat een situatie niet verloopt zoals je had gepland, producten die steeds groter en enger worden, jezelf dik voelen enz. Wat mij wel echt helpt, is met mijn omgeving bespreken wat ik nodig heb om mijn plan te volgen.
Zo had ik laatst een BBQ, met mijn familie had ik besproken dat het voor mij voor nu te hoog gegrepen was en ik hier te veel spanning van zou krijgen. Gezamenlijk hadden we bedacht, om zelf een gerecht te maken waar ik me prettig bij voelde en dat mee te nemen. Maar op dit vlak is er nog werk aan de winkel.
Nu ik een aantal weken verder ben in mijn behandeling, is het fijn om te ervaren dat ik meer rust heb in mijn hoofd en lijf. In het begin was ik net een nerveuze stuiterbal, maar inmiddels kan ik de spanning veel beter verdragen.
Volgende week, in de laatste blog neem ik jullie mee in de laatste fase van mijn behandeling.
Geef een reactie